Nederlands Instituut in Turkije
Hollanda AraştIrma Enstİtüsü      Netherlands Institute in Turkey

 

NIT website
Nieuwsbrief 2 (winter 2007)
Nieuwsbrief 1 (zomer 2006)

Deze electronische nieuwsbrief is een uitgave van het Nederlands Instituut in Turkije. De nieuwsbrief en de inhoud mag vrij verspreid worden; bronvermelding wordt op prijs gesteld.

Opmerkingen en vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief kunnen naar nit@nit-istanbul.org gestuurd worden.

Stelt u geen prijs op het ontvangen van de nieuwsbrief dan kunt u dat met een e-mail naar nit@nit-istanbul.org met in de onderwerpregel 'afmelden NIT nieuwsbrief' aangeven.

Mocht u via de NIT website of een door uw organisatie doorgestuurde e-mail van deze nieuwsbrief op de hoogte zijn gebracht, dan kunt u zich ook aanmelden voor toekomstige nieuwsbrieven, via nit@nit-istanbul.org.

 

Nieuwsbrief 3

najaar 2007

Deze derde NIT nieuwsbrief doet verslag van enkele in het oog springende activiteiten van het instituut in de laatste maanden, en biedt een blik op wat er op stapel staat. Een recente "NIT-fellow" vertelt over haar ervaringen in Istanbul. Sinds de heropening van het instituut weten steeds meer individuen en groepen het instituut voor onderzoeks- of studiedoeleinden te vinden.

 

Direct naar:
Symposium: Restauratie van Osmaanse architectuur
Opgravingen te Barcin Höyük
NIT-fellow: Museumeducatie in Istanbul
Scheepswrakken en lakprofielen
Onderwijsprogramma’s en studiereizen

SYMPOSIUM: RESTAURATIE VAN OSMAANSE ARCHITECTUUR

Het nieuwe seizoen van activiteiten van het Nederlands Instituut in Turkije start op 9 en 10 oktober 2007 met een symposium getiteld Conservation, Restoration, and Reusage of Ottoman Architecture. Practices and Problems in Turkey, the Eastern Mediterranean, and the Balkans. Architecten en architectuurhistorici uit Turkije, Nederland, Cyprus en Albanië zullen tijdens lezingen en bezoeken aan restauratieprojecten met elkaar van gedachten wisselen. Onder de sprekers bevinden zich twee architecten die in de laatste jaren een European Union Prize for Cultural Heritage (Europa Nostra) hebben gewonnen.

Aan bod komen de afwegingen die voorafgaand aan alle restauraties gemaakt moeten worden. In welke staat breng je een gebouw terug? Wat te doen met toevoegingen en aanpassingen die misschien esthetisch niet passen maar wel bij de geschiedenis van een gebouw horen? Daarnaast zal het ook gaan over zaken die in het bijzonder bij Osmaanse architectuur spelen. Wat zijn de mogelijkheden van bouwhistorisch onderzoek op basis van het nog vrijwel onontgonnen Osmaanse archiefmateriaal, en wat zijn de specifieke politieke problemen waar men in verschillende delen van het voormalige Osmaanse Rijk mee te maken heeft?

NIT heeft zelf met Machiel Kiel een vermaarde autoriteit in huis op het gebied van Osmaanse geschiedenis en architectuur, met name in Zuidoost Europa.
Het symposium wordt samen met het History Department van Koç University georganiseerd. Het programma van de eerste dag vindt u hier.

 

OPGRAVINGEN TE BARCIN HÖYÜK

In de maanden juli en augustus heeft het derde seizoen van de opgravingen op Barcın Höyük plaatsgevonden. Deze site ligt in het noordwesten van Turkije, in de omgeving van Iznik en Bursa. Dit jaar stond het project voor het eerst onder leiding van Fokke Gerritsen en het Nederlands Instituut in Turkije.

De opgravingen worden met financiering van NWO uitgevoerd, en maken deel uit van het onderzoeksproject “Early Farming Communities in the Eastern Marmara Region” dat sinds 1987 loopt en waarin NIT samenwerkt met het Nederlands Instituut voor het Nabije Oosten in Leiden.

Door een team uit Nederland, Turkije, Engeland en Bulgarije is er onderzoek gedaan naar de bewoningsgeschiedenis van deze vindplaats. Daarbij gaat het om drie verschillende periodes, met elk hun eigen vragen, vondsten en verrassingen.

De laatste fase van gebruik van de site is vertegenwoordigd door de begraafplaats van een Byzantijnse plattelandsgemeenschap. Deze begroef de doden in graven die door grote, tegen elkaar opstaande dakpannen werden afgedekt, en die in clusters bij elkaar lagen. De dode werd altijd op de rug neergelegd, met het hoofd in het westen. Het is nog onduidelijk of we de bijbehorende nederzetting ook op de site moeten zoeken, of dat men elders woonde.

Een tweede belangrijke bewoningsfase die is aangetroffen dateert uit het Laat Chalcolithicum, ruwweg het vierde millennium voor Christus. Hoewel de sporen niet goed bewaard zijn, hebben we aardewerkcomplexen en bijzondere voorwerpen zoals een koperen of bronzen vlakbijl gevonden uit een periode waar archeologen nog maar weinig van weten.

Maar de voor ons spannendste lagen van de site bevinden zich ook het diepst en zijn pas te bereiken nadat de erbovenliggende lagen zijn opgegraven. Deze diepere lagen dateren uit het late Neolithicum en hebben we nu op enkele plekken bereikt, te weinig om al concrete resultaten op te leveren. De eerste C14 dateringen wijzen op het latere 7de millennium, juist de periode waarvan archeologen veronderstellen dat het toen was dat landbouw en veeteelt definitief in het gebied hun intrede deden.

Voor de komende jaren hebben we dus goede hoop om, voor het eerst, onderzoek te kunnen doen naar vragen als: kwamen deze boeren oorspronkelijk uit een andere regio (bijvoorbeeld Centraal Anatolië)? Of was het de lokale bevolking die ‘overschakelde’? Met welke ingrijpende sociaal-economische en ook ideologische veranderingen ging de overschakeling op landbouw en veeteelt gepaard?

Het komende jaar zal besteed worden aan uitwerking en analyse, en de volgende veldwerkcampagne is gepland voor de zomer van 2008.

Een Byzantijns graf - hier nog door dakpannen bedekt -
wordt voorzichtig blootgelegd.

 

Sommige doden kregen een kruisje, belletje of
sieraad mee in het graf. Meestal waren dit kinderen.


 

Diep onder het Byzantijnse grafveld bevinden zich de architectuurresten uit het Neotlithicum. De roodwitte meterstok ligt in een gedeetelijk opgegraven structuur - misschien een huis.

top           symposium osmaanse architectuur      opgravingen Barcın         project museumeucatie       lakprofielen        onderwijsactiviteiten

 

NIT-FELLOW: MUSEUMEDUCATIE IN ISTANBUL

Het instituut ondersteunt elk jaar verschillende jonge onderzoekers door hen voor een periode van enkele maanden gratis onderdak te bieden in het instituut. Deze zomer was Sieta Neuerburg ‘NIT-fellow’. Sieta doet de MA opleiding Erfgoedstudies aan de Universiteit van Amsterdam, en is met name geïnteresseerd in kwesties van grensoverschrijdend en multicultureel erfgoed. In haar stageonderzoek draaide het om de vraag hoe in een stad als Istanbul erfgoed in musea aan kinderen wordt gepresenteerd en uitgelegd. Het concrete resultaat was een advies over museumeduatie-programma’s aan het nieuw op te richten energie- en kunstmuseum Santralistanbul, gevestigd in een voormalige energiecentrale uit 1911. In het voorjaar van 2008 wil het NIT in samenwerking met de Bilgi Universiteit in Istanbul aan Sieta’s project een vervolg geven met het organiseren van een workshop voor educatiemedewerkers van Turkse en Nederlandse musea.

Hieronder enkele passages uit het stageverslag dat zij voor NIT schreef:

.. Via een docent legde ik contact met Deniz Ünsal, docent en programmaleider Art Management aan de Bilgi Universiteit. Zij stelde mij aan als onderzoeker/stagiair voor het project Santralistanbul. Enerzijds heb ik de educatieve afdeling van Santralistanbul voorzien van uitgebreide informatie – in de vorm van workshops, documenten en gesprekken – over museumeducatie in Nederland. Hiertoe had ik vóór mijn vertrek naar Istanbul kinderprogramma’s van verschillende musea in Nederland bijgewoond en educatief materiaal verzameld.

Anderzijds was het mijn taak een onderzoek uit te voeren in Istanbul om de stand van zaken op het gebied van museumeducatie vast te stellen. Voor Santralistanbul is het belangrijk om te weten wat er al bestaat en op welke manier men daarop kan inspelen. Gedurende mijn 3 maanden in Istanbul heb ik onder andere 10 musea bezocht, waar ik sprak met educatief medewerkers en wanneer mogelijk de uitvoering van educatieve programma’s bijwoonde. In Turkije is museumeducatie voor kinderen nog een relatief nieuw verschijnsel.

Tijdens mijn onderzoek werd ik steeds opnieuw geconfronteerd met het enorme verschil tussen de staats- en privé-musea. Staatsmusea zijn behalve bureaucratisch en hiërarchisch ook erg behoudend. Het meest zichtbaar is dit aan de presentatie van de musea, waar vaak sinds de jaren 80 niets aan veranderd is en die erg academisch aandoet. In sommige musea werken wel gidsen die de bezoekers rondleiden; zij hebben veel kennis van de collectie, maar geen didactische achtergrond.

Educatief kinderprogramma in het
Gemeentemuseum te Den Haag

 

Restauratie van de voormalige energiecentrale voor het
nieuwe museum Santralistanbul

Pas sinds het laatste decennium beginnen staatsmusea een druk te voelen om te veranderen. Het belang van het ontwikkelen van educatieve programma’s voor Turkse schoolkinderen wordt steeds meer onderkend. Deze programma’s dienen twee belangrijke doelen: ten eerste verlenen zij musea bestaansrecht omdat zij een maatschappelijke functie vervullen, namelijk het bijdragen aan de educatie van Turkse kinderen. Omdat veel musea zich met name richten op buitenlandse toeristen is het belangrijk om juist de Turkse bevolking bewust te maken van het belang van deze musea voor hun eigen geschiedenis(onderwijs). Ten tweede zijn kinderprogramma’s een goede manier om een breed publiek te bereiken en stellen musea daarmee hun eigen toekomst veilig. Mensen die als kind naar musea zijn geweest, zullen als volwassene eerder geneigd zijn om nog eens te gaan en ook hun eigen kinderen weer mee te nemen.

Voorlopig zijn het echter de privé-musea die het voortouw nemen waar het museumeducatie betreft. Dit hangt zowel samen met de beschikking over een groter budget als met een meer open houding ten opzichte van nieuwe ontwikkelingen. De meeste privé-musea beschouwen educatie als één van hun belangrijkste doelen en willen hierin een aanvulling vormen op het tekortschietende beleid van de Turkse overheid. Naast sociale doelen van de musea spelen ook marketing- en economische motieven mee. Wat mij in dit opzicht erg opviel is de sfeer van competitie waarin de musea lijken te zijn opgericht; de meeste maken deel uit van één van Turkijes industriële/farmaceutische dynastieën, te weten Koç, Sabancı of Eczacıbaşı. De musea reageren wat tentoonstellingen betreft op elkaar en ook in de gesprekken werd er vaak verwezen naar de concurrenten (staatsmusea worden niet als concurrent beschouwd). De staatsmusea op hun beurt verdenken de eigenaren van privé-musea van het misbruiken van educatie als middel tot het vergroten van hun afzetmarkten.

Wat de motivatie ook moge zijn, het is duidelijk dat de privé-musea een vacuüm opvullen dat de Turkse overheid en de staatsmusea openlaten. In mijn ogen is dit geen goede ontwikkeling en zou er zo snel mogelijk meer samenwerking moeten komen tussen de staats- en de privé-musea op het gebied van museumeducatie. In mijn advies aan Santralistanbul schrijf ik dan ook wat de belangrijkste doelen van een educatief programma zouden moeten zijn. Enerzijds het bereiken van benadeelde groepen en deze een kans geven om via musea op een diepere manier kennis te maken met hun eigen geschiedenis en cultuur. Anderzijds het overbruggen van de kloof naar de staatsmusea en de staatsscholen en op die manier een duurzame bijdrage leveren aan het onderwijs en aan het ontstaan van een meer egalitaire samenleving in Turkije.

Per 1 oktober begint Wilfred de Graaf als NIT-fellow. Hij is recent afgestudeerd bij Jan Hogendijk van het Mathematisch Instituut van de Universiteit Utrecht. Net als bij Sieta is het ook bij Wilfred een nieuw op te richten museum dat hem naar Istanbul brengt, en wel een museum over de geschiedenis van de Arabisch-Islamitische wetenschap. In een volgende nieuwsbrief hopen we verslag te kunnen doen van zijn werk in Istanbul.
Aanvragen voor een gesponsord verblijf in het instituut kunnen doorlopend gedaan worden. Studenten en promovendi komen in aanmerking die voor een periode van 2 tot 3 maanden voor onderzoek in Istanbul willen verblijven. Stuur voor meer informatie een e-mail naar Fokke Gerritsen (fa.gerritsen@nit-istanbul.org).

top           symposium osmaanse architectuur      opgravingen Barcın         project museumeucatie       lakprofielen        onderwijsactiviteiten

SCHEEPSWRAKKEN EN LAKPROFIELEN

Voorafgaand aan de bouw van de ondergrondse Marmaray-lijn die in de toekomst passagiers tussen Europa en Azië zal vervoeren, zijn er in Istanbul enkele grootschalige noodopgravingen aan de gang. De grootste daarvan is in de Yenikapı wijk, op de plek waar in de Byzantijnse tijd een groot havenbekken lag en waar na verlanding in de latere middeleeuwen een wijk met huizen, werkplaatsen en een kerkje ontstond.

Spectaculair zijn de vondsten van 24 Byzantijnse wrakken in het havenslib, van kleine roeibootjes tot flinke vrachtschepen met lading. Diep onder deze wrakken zijn bovendien sporen gevonden van prehistorische bewoning, uit de periode rond 6000 voor Christus. De wanden van de ca. 10 meter diepe put die de archeologen hebben gegraven geven dus, als het ware, een blik op 8000 jaar geschiedenis.

NIT speelt weliswaar bij de opgravingen geen rol, maar heeft toch een kleine bijdrage kunnen leveren aan het voor de toekomst behouden van dit unieke inkijkje in het verleden. Door bemiddeling van het instituut is het namelijk mogelijk geweest om voor een periode van 10 dagen in het voorjaar Dr. Otto Spaargaren van het World Soil Museum in Wageningen naar Istanbul te halen. Hij is een specialist in het maken van zogenaamde lakprofielen, waarbij een smalle verticale baan uit de grond wordt gestoken en geconserveerd door deze met lak te impregneren. Het gaaf afsteken van de bodemprofielen is een tijdrovende en moeilijke klus, zeker als deze vol zitten met stukken amfoor en ander middeleeuws stadsafval. Tijdens het verblijf van Otto Spaargaren zijn enkele leden van het Yenikapı opgravingsteam door hem opgeleid zodat zij ook in de toekomst bodemprofielen kunnen conserveren. De Istanbulse profielen worden momenteel geïmpregneerd en zullen uiteindelijk óf in het te bouwen metrostation óf in het Geologisch Museum van de Universiteit van Istanbul een plek krijgen.

Een blik op de Yenikapı opgravingen die dag en nacht
doorgaan om de bouw van de metro voor te blijven.
De grote witte tent staat over een van de Byzantijnse
scheepswrakken.

De meest geschikte plek wordt uitgezocht om een deel van
het profiel te conserveren.

 

ONDERWIJSPROGRAMMA’S en STUDIEREIZEN

Sinds de heropening van het instituut weten studieverenigingen en docenten van Nederlandse en buitenlandse universiteiten ons goed te vinden, en doen we ons best hen een handje te helpen bij de invulling van hun studiereis naar Istanbul. Zo had het instituut in het voorjaar een week lang een groep MA studenten archeologie uit Sheffield te gast, en heeft het instituut samen met Joanita Vroom voor hen seminars en museumbezoeken georganiseerd. Joanita was in 2006-2007 senior fellow bij het Research Center for Anatolian Civilizations, het onderzoeksinstituut waarmee NIT een gebouw deelt. Studievereniging Nabu Naïd uit Leiden kreeg een ad hoc lezingenprogramma over Byzantijns Istanbul voorgeschoteld, en studievereniging Koinon van de Vrije Universiteit een stadswandeling onder leiding van Machiel Kiel.

In de nabije toekomst staan bezoeken van groepen van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit van Groningen gepland. Voor de Groningse groep vormt de reis onderdeel van het masters vak “Onzekere tijden: religie en politiek in het Hellenisme” dat door Prof. Dr. Onno van Nijf wordt gegeven. Voor het onderwijs ter plekke zal worden samengewerkt met de vakgroep oude geschiedenis van de Universiteit van Istanbul.

 

Studievereniging Koinon in de hof van de Arap Camii moskee. Machiel Kiel geeft een on-site college over de bouwgeschiedenis van dit gebouw, ooit door kruisvaarders gesticht als kerk in Gotische stijl. (foto: Paula Pielanen)

 

top           symposium osmaanse architectuur      opgravingen Barcın         project museumeucatie       lakprofielen        onderwijsactiviteiten