Nederlands Instituut in Turkije
Hollanda AraştIrma Enstİtüsü      Netherlands Institute in Turkey

 

 

Deze electronische nieuwsbrief is een uitgave van het Nederlands Instituut in Turkije. De nieuwsbrief en de inhoud mag vrij verspreid worden; bronvermelding wordt op prijs gesteld.

Opmerkingen en vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief kunnen naar nit@nit-istanbul.org gestuurd worden.

Stelt u geen prijs op het ontvangen van de nieuwsbrief dan kunt u dat met een e-mail naar nit@nit-istanbul.org met in de onderwerpregel 'afmelden NIT nieuwsbrief' aangeven.

Mocht u via de NIT website of een door uw organisatie doorgestuurde e-mail van deze nieuwsbrief op de hoogte zijn gebracht, dan kunt u zich ook aanmelden voor toekomstige nieuwsbrieven, via nit@nit-istanbul.org.

NIT website
Nieuwsbrief voorjaar 2009

Nieuwsbrief najaar 2008 Nieuwsbrief voorjaar 2008

Nieuwsbrief najaar 2007
Nieuwsbrief voorjaar 2007
Nieuwsbrief zomer 2006

 

 

 

Nieuwsbrief NIT

NAJAAR 2009

 


Opgravingen Barcın Höyük Zommer 2009
>>>>
Istanbul, Een stad die uitnodigt tot panoramisch denken
>>>>
Multi-religieuze pelgrimsoorden >>>>
Constantinopelcongres Amsterdam
>>>>
NIT Masterclasses Archeobotanie
>>>>



Opgravingen Barcın Höyük zomer 2009

In juli en augustus heeft opnieuw een geslaagde veldwerkcampagne plaatsgevonden te Barcın Höyük. In de eerdere afleveringen van de NIT Nieuwsbrief is al bericht over verschillende onderdelen van dit project. De aandacht is dit jaar vooral uitgegaan naar de Neolithische bewoningslagen, en daarmee zijn we niet alleen in de kern van de ruïneheuvel (höyük) terecht gekomen, maar ook in de kern van het Barcın Höyük onderzoeksproject. De centrale vragen die het project probeert te beantwoorden hebben namelijk betrekking op de vroegste, Neolithische, landbouwgemeenschappen in de regio. Het zijn wat, hoe en wanneer vragen.

Wat was de bestaansbasis, en hoe waren landbouw- en veeteelt-tradities in de regio terecht gekomen? Hoe zag de lokale omgeving er uit? Hoe woonde men, hoe groot was de nederzetting, en was deze het hele jaar door of in bepaalde seizoenen bewoond? Welke contacten waren er met sites in de regio, aan de zuid- en oostkant van de Marmara Zee? Waren er ook banden met gebieden verder weg, zoals de Centraal-Anatolische hooglanden, of het zuidoostelijk deel van de Balkan? En, wanneer in de vele eeuwen die het Neolithicum duurde, speelde de bewoning van Barcın zich af? 

Een groep bezoekers krijgt uitleg bij de opgraving.

Om met die laatste vraag te beginnen: we hebben het over het latere deel van het zevende millennium voor Christus. Echter, omdat de vroegste - en diepste - bewoningslagen nog niet zijn bereikt is het nog niet mogelijk om een begindatering vast te stellen. Dat zou nog een verrassing kunnen opleveren, omdat er uit deze periode tot nu toe maar heel weinig nederzettingen zijn opgegraven.

De vraag naar het ontstaan van de nederzetting zal een van de hoofddoelen van de opgraving van 2010 worden. De gegevens die we dit jaar verzameld hebben, vertellen ons vooral over de ontwikkeling van de nederzetting, omdat opgravingen van ruïneheuvels de bewoningsgeschiedenis nu eenmaal in omgekeerde volgorde blootleggen. Zo weten we nu dat er een complexe opeenvolging is van bouwfasen, met huizen gebouwd met vlechtwerkwanden aangesmeerd met leem, en huizen met lemen muren. Grondboringen in de omgeving van de site, een geoarcheologisch project uitgevoerd door Michiel Künzel en Hüseyin Bakmaz van de Vrije Universiteit, hebben laten zien dat de nederzetting direct aan de rand van een laaggelegen, moerassig gebied gelegen moet hebben. Daarmee hangt waarschijnlijk de waarneming van Alfred Galik, de zoö-archeoloog van het project, samen dat tussen het botmateriaal opvallend veel botten van waterminnende vogels voorkomen, waaronder zwanen en kraanvogels.

Zoals altijd leidt nieuwe informatie ook weer tot nieuwe vragen. Waarom hielden de Neolithische bewoners geen varkens, zoals we sinds deze zomer weten, terwijl dat dier uitstekend zou gedijen in de wat hoger gelegen bosrijke delen van het landschap? Zou dat iets te maken hebben met een – nog te toetsen - hypothese dat dieren vooral voor de ‘secundaire’ producten gehouden werden, zoals melk, huiden en wol, en dat vlees van minder belang was? Varkens hebben vanuit dat opzicht veel minder te bieden dan runderen en schapen. Of men van schapenhaar al wol maakte is een onbeantwoorde vraag, maar er zijn sinds heel recentelijk aanwijzingen dat de allereerste consumptie van zuivelproducten juist in dit gebied en in deze periode plaats vond.

Maar het zijn niet alleen de botten maar vooral ook de aardewerkscherven die hier de puzzelstukjes aanleveren. Momenteel wordt een selectie van scherven door Laurens Thissen (TACB, Amsterdam) en Ayla Türkekul-Bıyık (Archaeometry Center, Bosphorus Universiteit Istanbul) geanalyseerd op de aanwezigheid van residue van melkvetten. Ongetwijfeld zal hun studie tot nieuwe inzichten leiden, en tot nieuwe vragen.

Tenslotte willen we u graag voorstellen aan twee bevallige dames die zich, na een ondergronds bestaan van duizenden jaren, dit jaar weer in de openbaarheid toonden. 



ISTANBUL, EEN STAD DIE UITNODIGT TOT PANORAMISCH DENKEN
Charlie Smid, Mederwerker Cultureel Erfgoed en Museum Studies (NIT)

Een dynamische en inspirerende stad waar geschiedenis het straatbeeld bepaalt, waar een medewerker Cultureel Erfgoed en Museumstudies zich op haar plaats voelt. Binnen de geaccidenteerde opbouw van de stad, die zoals een tweede Rome betaamt, op zeven heuvels ligt,  tonen zich de historische lagen. Deze verticale tijdbalk is soms letterlijk terug te zien in het straatniveau. Op de wandeling naar het Nederlands Instituut, loop ik bijvoorbeeld dagelijks langs een çesme, een fonteintje, dat zich een halve meter lager dan het huidige straatniveau bevindt. De precieze datering van deze waterbron ken ik niet, maar het is zeker dat de çesme er na 1453 is neergezet.

corner

Een stad die zich kenmerkt door haar historische gelaagdheid, die vele  post- en ante quems voortbracht. Aardbevingen en politieke  omwentelingen schudden de Istanbul verschillende malen op. Elk tijdvak liet in de stad sporen na. De herinnering aan Atatürk is nog levend; sinds 1923 houdt hij vanuit bijna elke winkel, kapperszaak of veerpont een oogje in het zeil. Zijn heldenrol in de geschiedenis wordt al vroeg door middel van schoolboekjes ingeprent. Zijn woningen, memorabilia, en  persoonlijke eigendommen, die hij na zijn dood in groten getale achterliet en die zijn aangevuld met van monumenten, musea en herdenkingsdagen, waarborgen zijn eeuwige roem.


yenikapicharlie
                         Een stad waar minaretten en hijskranen met elkaar wedijveren. Bij bouwprojecten voor de nieuwe metrolijn die de stad bereisbaar dient te maken, stuitte men diep onder de grond op een Byzantijnse haven. Opdat de aanleg van de metrolijn niet te veel vertraging zal oplopen, zijn er nu dag en nacht archeologen bezig met graven, meten en inventariseren. Het resultaat is indrukwekkend; 34 scheepswrakken, kratten en nog eens kratten vol scherven en een geheel gaaf paar  Byzantijnse sandalen, onaangetast door de tand des tijds omdat dit schoeisel zich bevond in een van zuurstof verstoken waterreservoir. 

Een stad waar de cultuurgeschiedenis zich opdringt en tegelijkertijd het besef bestaat dat er de komende decennia veel zal veranderen en in het ergste geval zal verdwijnen. Een hang naar het verleden, door Pamuk samengevat als ‘hunzün’, en een drang vooruit te gaan, lijken onafscheidelijk met elkaar te zijn verbonden, of zelfs vergroeid. Men koestert de geschiedenis van het alledaagse, de vertelcultuur, en de liefde voor historische  monumenten en objecten maar kijkt tegelijkertijd vooruit.

Een stad met een twintigtal universtiteiten, waarbij- evenals dat in de museumwereld geldt- door de ingewijden meteen onderscheid gemaakt wordt tussen de staats- en privéinstellingen. De hartelijke ontvangst, de openheid en bereidheid om kennis te verwerven maar vooral ook te delen is groot in deze academische wereld. Mijn indruk is dat het wetenschap in Istanbul minder vanuit de welbekende ivoren torens beoefend word. Academici werkzaam aan een universiteit,  maken deel uit van de maatschappij waarin zij leven. Vaak schrijven naast hun werk aan de universiteit columns, richten tentoonstellingen in en tonen politieke betrokkenheid.

Een stad waarin kennis en cultuur worden gezien als een groot goed. Dit laatste vertaalt zich in de oprichting van een groot aantal nieuwe studierichtingen.waarin juist ook aandacht besteed wordt aan de materiële en immateriële  cultuurgeschiedenis van Turkije en de wijze waarop men met erfgoed dient om te gaan. Zeker nu wij naast de bestaande studierichtingen op het gebied van cultuurgeschiedenis in de breedste zin van het woord, deze relatief nieuwe studierichtingen willen ontwikkelen, is uitwisseling van kennis en ervaring zeer nuttig en welkom. Graag willen wij wetenschappers uit het veld van Erfgoed- en Museum Studies vanuit Nederland in contact brengen met hun Turkse collega’s. Een resultaat hiervan zou bijvoorbeeld zijn wanneer studenten Erfgoed en Museum Studies voor een bepaalde periode aan een Turkse universiteit zou kunnen verblijven en vice versa. Bovendien zou gedacht kunnen worden aan uitwisseling van docenten en het organiseren van summerschools en symposia. Een eerste proeve hiervan was het inspirerende symposium Museums and Display: Stories in a Showcase, dat op 13 en 14 november jongstleden plaatsvond op het Nederlands Instituut.

Een stad die zich  mede door de demografische opbouw van haar inwoners kenmerkt door jeugdigheid die de stad een constructief, ondernemend en energiek élan geeft. Overal gebeurt wat: er worden films vertoond, lezingen gehouden; je zou de dag kunnen vullen met het bezoeken van verschillende festivals of symposia ware het niet dat verplaatsing tijd kost waardoor je al snel geografisch besef ontwikkelt. In de stad zijn de afstanden enorm zijn en raken verkeersaders gauw verstopt. Een verticale programmering van de dag strekt daarom tot aanbeveling.


Een stad op twee continenten waar verschillende lagen en stromen door elkaar heen leven en of lopen. Waar men zich  door de alsmaar uitbreidende stad op micro-niveau verenigt. Wijken in de stad hebben hun eigen signatuur. Zo bevindt het Nederlands Instituut zich in de wijk Pera een gebied dat zich kenmerkt door haar Europese architectuur van rond de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw. Het is allemaal herkenbaar en vertrouwd doch is de context een andere; geografisch gezien ligt zij op het uiterste randje van Europa met uitzicht op Azië.


Een stad die zich op mijn wamderling naar het Nederlands Instituut elke dag een beetje meer voor mij opent. Istanbul ontvouwt zich via doorkijkjes op de Galatatoren, de Bosporus en de Gouden Hoorn en houdt me bij de les wanneer ik ongemerkt in een eerdere historische laag dreig te stappen.


Een stad die uitnodigt tot panoramisch denken.



top - Barcin Höyük - Istanbul - pelgrimsoorden - Constantnopelcongres - masterclasses
agenda
 
MULTI-RELIGIEUZE PELGRIMSOORDEN
Logan Sparks, promovendus bij de Universiteit van Tilburg, doet verslag van zijn verblijf in Istanbul:
Het Nederlands Instituut in Turkije heeft me met een verblijfsbeurs de mogelijkheid gegeven om in augustus van dit jaar onderzoek te doen in Istanbul. Mijn promotieonderzoek richt zich op bedevaartsplaatsen die door zowel Moslims als Christenen bezocht worden, en staat onder supervisie van Paul Post (Liturgische en Rituele Studies), Herman Beck (Islamstudies) and Wouter van Beek (Antropologie), allen van de Universiteit van Tilburg.
Het door elkaar lopen van christelijke en islamitische tradities heb ik uitvoerig geobserveerd te Meryem Ana (Moeder Maria’s huis in Ephesus). Hier is bijvoorbeeld een muur waaraan, volgens oude Turkse traditie, linten en doekjes bevestigd worden om gebeden te symboliseren. In Konya is het het graf van de 13de eeuwse islamitische mysticus Mevlana Jellaludin Rumi dat veel non-moslims trekt.

Foto’s (Logan Sparks): Een Turks vlaggetje op de wensmuur van Meryem Ana en een kaarsentafel bij de ingang van het heiligdom.

Vervolgens kwam ik naar Istanbul voor verdere documentatie van mijn veldwerk en literatuurstudie in de bibliotheken van NIT en nabij gelegen wetenschappelijke instituten. Dit zorgde voor een wezenlijke verbreding en verdieping van mijn kennis over de geschiedenis van plekken waar moslims and niet-moslims tegelijkertijd op pelgrimage gaan. Voorbeelden van moslim-christelijke sites zijn er al uit de tijd van de kruisvaarders. Belangrijke auteurs met wiens werk ik door mijn verblijf in Istanbul kennis heb kunnen maken zijn de osmaans-historica Soraya Faroqhi en historicus Yosef Meri. Door Faroqhi kreeg ik inzicht in de Osmaanse achtergronden van die van invloed zijn geweest op de relaties tussen Turkije’s religieuze en etnische gemeenschappen. Meri leidde me tot vroege Islamitische bronnen over pelgrimagetradities en verschafte een blik op hoe men bijna een millennium geleden het fenomeen van gedeelde pelgrimsoorden vanuit een Islamitisch perspectief bekeek.

Tenslotte gaf mijn verblijf in het instituut de mogelijkheid om mijn ideeën over de ‘etiquette’ van gedeelde pelgrimage meteen in de praktijk te toetsen in de naast het instituut gelegen RK St. Antoniuskerk. Hier bleek een groot verschil met de situatie in Ephesus; terwijl daar de rituele ruimte aan de bedevaartsgangers weinig mogelijkheden biedt voor persoonlijke liturgie, heerst in de St. Antoniuskerk een soort stille chaos. De christelijke ruimte wordt door de vele Turkse bezoekers gebruikt om, naar eigen inzicht, te vullen met islamitische gebaren, handelingen en gebeden. Terwijl Turkije verandert, veranderen ook deze rituelen en inter-religieuze tradities, en dat proces hoop ik te blijven volgen.

   
     
top - Barcin Höyük - Istanbul - pelgrimsoorden - Constantnopelcongres - masterclasses agenda  
             

CONSTANTINOPELCONGRES AMSTERDAM

Op 31 oktober was een volle zaal in de Rode Hoed in Amsterdam een dag lang in Constantinopelse sferen. Daar organiseerden o.a. de Stichting Zenobia en het Nederlands Klassiek Verbond een congres over De Stad, haar geschiedenis en enkele van de vele belangwekkende cultuurhistorische ontwikkelingen die onlosmakelijk met de stad verbonden zijn. In een serie van negen lezingen door gerenommeerde wetenschappers kreeg het publiek niet alleen een rijk geschakeerd beeld van Constantinopel en de Byzantijnse tijd voorgeschilderd, maar ook een indruk van de variatie aan Nederlands onderzoek op dit terrein.

De ontstaansgeschiedenis van de stad, en met name de rol van de naamgevende keizer Constantijn hierbij, kwam uitvoerig aan bod. Zo ook de privélevens van de zesde eeuwse keizer Justinianus en zijn echtgenote Theodora, de periode van iconoclasme in de 8ste eeuw, theologische dialogen tussen Arabische moslims and Byzantijnse christenen, en de overlevering van Griekse teksttradities. Na deze literaire en kunsthistorische excursies werd de toehoorder tenslotte weer teruggebracht naar Constantinopelse bodem, en de haven waar de Byzantijnse schepen die de stad van onder andere graan voorzagen afmeerden. Niet minder dan 34 van de schepen die ter plekke vergingen zijn in de afgelopen jaren opgegraven door het archeologisch museum van Istanbul.

Voor NIT was dit een mooie gelegenheid om zijn activiteiten en faciliteiten onder de aandacht te brengen. Het congres liet duidelijk zien dat Byzantium-Constantinopel-Istanbul de grote interesse die het krijgt van wetenschappers en geïnteresseerde leken volkomen waard is.

Constantinopelcongres Amsterdam (foto Lisa Wiersma)

 

top - Barcin Höyük - Istanbul - pelgrimsoorden - Constantnopelcongres - masterclasses agenda  
               
NIT MASTERCLASSES ARCHEOBOTANIE
Professor René Cappers van de Rijksuniversiteit Groningen heeft begin oktober aan het instituut een week lang een intensieve cursus verzorgd over archeobotanie. Twaalf geselecteerde Turkse MA en PhD studenten van verschillende universiteiten deden mee. De archeobotanie is het studieveld binnen de archeologie dat zich bezig houdt met de bestudering van voeding, landbouwpraktijken en het economische en medicinale gebruik van planten in de oudheid, op basis van vruchten en zaden die bij opgravingen worden gevonden.

Met een programma van werkcolleges en laboratoriumpraktica (dat laatste bij de biologen van de Universiteit van Istanbul) werden de deelnemers in staat gesteld hun kennis van het vak verder te verdiepen. In Turkije zijn de aanwezige expertise en opleidingssmogelijkheden beperkt. Toch was het niet alleen een kwestie van de ‘export’ van kennis; doel van de masterclasses was ook om de meest talentvolle studenten op te sporen die zich eventueel in Nederland verder kunnen specialiseren. In een volgende stap, waarschijnlijk in februari 2010, zullen enkele van de deelnemers voor een vervolgprogramma worden uitgenodigd.



 lecture
yenikapi
René Cappers tijdens een lezing voor de
prehistorici van de Universiteit van Istanbul
De deelnemers van de cursus bezoeken de Yenikapı opgravingen.
Grootschalig archeobotanisch onderzoek maakt deel uit van de noodopgravingen die vooraf gaan aan de aanleg van een metrostation.