Nederlands Instituut in Turkije
Hollanda AraştIrma Enstİtüsü      Netherlands Institute in Turkey

 

 

Deze electronische nieuwsbrief is een uitgave van het Nederlands Instituut in Turkije. De nieuwsbrief en de inhoud mag vrij verspreid worden; bronvermelding wordt op prijs gesteld.

Opmerkingen en vragen naar aanleiding van deze nieuwsbrief kunnen naar nit@nit-istanbul.org gestuurd worden.

Stelt u geen prijs op het ontvangen van de nieuwsbrief dan kunt u dat met een e-mail naar nit@nit-istanbul.org met in de onderwerpregel 'afmelden NIT nieuwsbrief' aangeven.

Mocht u via de NIT website of een door uw organisatie doorgestuurde e-mail van deze nieuwsbrief op de hoogte zijn gebracht, dan kunt u zich ook aanmelden voor toekomstige nieuwsbrieven, via nit@nit-istanbul.org.

NIT website

Nieuwsbrief voorjaar 2009
Nieuwsbrief najaar 2008 Nieuwsbrief voorjaar 2008

Nieuwsbrief najaar 2007
Nieuwsbrief voorjaar 2007
Nieuwsbrief zomer 2006

 

 

 

Nieuwsbrief NIT

NAJAAR 2009

 


Opgravingen Barcın Höyük zomer 2009
>>>>
Istanbul, een stad die uitnodigt tot panoramisch denken >>>>
Symposium Museums and Display: Stories in a Showcase
>>>>
Multi-religieuze pelgrimsoorden
>>>>
Istanbul in de nacht: van Büyükada tot Taksim >>>>
NIT Masterclasses Archeobotanie >>>>
Constantinopelcongres Amsterdam >>>>

Opgravingen Barcin Höyük zomer 2009

Fokke Gerritsen

In juli en augustus heeft opnieuw een geslaagde veldwerkcampagne plaatsgevonden te Barcın Höyük. In de eerdere afleveringen van de NIT Nieuwsbrief is al bericht over verschillende onderdelen van dit project. De aandacht is dit jaar vooral uitgegaan naar de Neolithische bewoningslagen, en daarmee zijn we niet alleen in de kern van de ruïneheuvel (höyük) terecht gekomen, maar ook in de kern van het Barcın Höyük onderzoeksproject. De centrale vragen die het project probeert te beantwoorden hebben namelijk betrekking op de vroegste, Neolithische, landbouwgemeenschappen in de regio.

Het zijn wat, hoe en wanneer vragen. Wat was de bestaansbasis, en hoe waren landbouw- en veeteelt-tradities in de regio terecht gekomen? Hoe zag de lokale omgeving er uit? Hoe woonde men, hoe groot was de nederzetting, en was deze het hele jaar door of in bepaalde seizoenen bewoond? Welke contacten waren er met sites in de regio, aan de zuid- en oostkant van de Marmara Zee? Waren er ook banden met gebieden verder weg, zoals de Centraal-Anatolische hooglanden, of het zuidoostelijk deel van de Balkan? En, wanneer in de vele eeuwen die het Neolithicum duurde, speelde de bewoning van Barcın zich af? 

Een groep bezoekers krijgt uitleg bij de opgraving.
Om met die laatste vraag te beginnen: we hebben het over het latere deel van het zevende millennium voor Christus. Echter, omdat de vroegste - en diepste - bewoningslagen nog niet zijn bereikt is het nog niet mogelijk om een begindatering vast te stellen. Dat zou nog een verrassing kunnen opleveren, omdat er uit deze periode tot nu toe maar heel weinig nederzettingen zijn opgegraven.

De vraag naar het ontstaan van de nederzetting zal een van de hoofddoelen van de opgraving van 2010 worden. De gegevens die we dit jaar verzameld hebben, vertellen ons vooral over de ontwikkeling van de nederzetting, omdat opgravingen van ruïneheuvels de bewoningsgeschiedenis nu eenmaal in omgekeerde volgorde blootleggen. Zo weten we nu dat er een complexe opeenvolging is van bouwfasen, met huizen gebouwd met vlechtwerkwanden aangesmeerd met leem, en huizen met lemen muren. Grondboringen in de omgeving van de site, een geoarcheologisch project uitgevoerd door Michiel Künzel en Hüseyin Bakmaz van de Vrije Universiteit, hebben laten zien dat de nederzetting direct aan de rand van een laaggelegen, moerassig gebied gelegen moet hebben. Daarmee hangt waarschijnlijk de waarneming van Alfred Galik, de zoö-archeoloog van het project, samen dat tussen het botmateriaal opvallend veel botten van waterminnende vogels voorkomen, waaronder zwanen en kraanvogels.


Zoals altijd leidt nieuwe informatie ook weer tot nieuwe vragen. Waarom hielden de Neolithische bewoners geen varkens, zoals we sinds deze zomer weten, terwijl dat dier uitstekend zou gedijen in de wat hoger gelegen bosrijke delen van het landschap? Zou dat iets te maken hebben met een – nog te toetsen - hypothese dat dieren vooral voor de ‘secundaire’ producten gehouden werden, zoals melk, huiden en wol, en dat vlees van minder belang was? Varkens hebben vanuit dat opzicht veel minder te bieden dan runderen en schapen. Of men van schapenhaar al wol maakte is een onbeantwoorde vraag, maar er zijn sinds heel recentelijk aanwijzingen dat de allereerste consumptie van zuivelproducten juist in dit gebied en in deze periode plaats vond.

Maar het zijn niet alleen de botten maar vooral ook de aardewerkscherven die hier de puzzelstukjes aanleveren. Momenteel wordt een selectie van scherven door Laurens Thissen (TACB, Amsterdam) en Ayla Türkekul-Bıyık (Archaeometry Center, Bosphorus Universiteit Istanbul) geanalyseerd op de aanwezigheid van residue van melkvetten. Ongetwijfeld zal hun studie tot nieuwe inzichten leiden, en tot nieuwe vragen.

Tenslotte willen we u graag voorstellen aan twee bevallige dames die zich, na een ondergronds bestaan van duizenden jaren, dit jaar weer in de openbaarheid toonden.

top - Barcin Höyük - Istanbul by day - Symposium - Pelgrimsoorden - Istanbul by night - Masterclasses -
Constantinopelcongres  

Istanbul, een stad die uitnodigt tot panoramisch denken

Charlie Smid, sinds september NIT mederwerker Cultureel Erfgoed en Museum Studies (NIT), schrijft over haar indrukken en plannen:

Een dynamische en inspirerende stad waar geschiedenis het straatbeeld bepaalt, waar een medewerker Cultureel Erfgoed en Museumstudies zich op haar plaats voelt. Binnen de geaccidenteerde opbouw van de stad, die zoals een tweede Rome betaamt, op zeven heuvels ligt, tonen zich de historische lagen. Deze verticale tijdbalk is soms letterlijk terug te zien in het straatniveau. Op de wandeling naar het Nederlands Instituut, loop ik bijvoorbeeld dagelijks langs een çesme, een fonteintje, dat zich een halve meter lager dan het huidige straatniveau bevindt. De precieze datering van deze waterbron ken ik niet, maar het is zeker dat de çeşme er na 1453 is neergezet.

corner
Çeşme in de wijk Cihangir

Een stad die zich kenmerkt door haar historische gelaagdheid, die vele post en ante quems voortbracht. Aardbevingen en politieke omwentelingen schudden Istanbul verschillende malen op. Elk tijdvak liet in de stad sporen na. De herinnering aan Atatürk is nog levend; sinds 1923 houdt hij vanuit bijna elke winkel, kapperszaak of veerpont een oogje in het zeil. Zijn heldenrol in de geschiedenis wordt al vroeg door middel van schoolboekjes ingeprent. Zijn woningen, memorabilia, en persoonlijke eigendommen, die hij na zijn dood in groten getale achterliet en die zijn aangevuld met monumenten, musea en herdenkingsdagen, waarborgen zijn eeuwige roem.

Een stad waar minaretten en hijskranen met elkaar wedijveren. Bij bouwprojecten voor de nieuwe metrolijn die de stad bereisbaar dient te maken, stuitte men diep onder de grond op een Byzantijnse haven. Opdat de aanleg van de metrolijn niet te veel vertraging zal oplopen, zijn er nu dag en nacht archeologen bezig met graven, meten en inventariseren. Het resultaat is indrukwekkend; 31 scheepswrakken, kratten en nog eens kratten vol scherven en een geheel gaaf paar Byzantijnse sandalen, onaangetast door de tand des tijds omdat dit schoeisel zich bevond in een van zuurstof verstoken waterreservoir.

Een stad waar de cultuurgeschiedenis zich opdringt en tegelijkertijd het besef bestaat dat er de komende decennia veel zal veranderen en in het ergste geval zal verdwijnen. Een hang naar het verleden, door Pamuk samengevat als ‘hüzün’, en een drang vooruit te gaan, lijken onafscheidelijk met elkaar te zijn verbonden, of zelfs vergroeid. Men koestert de geschiedenis van het alledaagse, de vertelcultuur, en de liefde voor historische monumenten en objecten maar kijkt tegelijkertijd vooruit.

Een stad met een twintigtal universiteiten, waarbij- evenals dat in de museumwereld geldt- door de ingewijden meteen onderscheid gemaakt wordt tussen de staats- en privéinstellingen. De hartelijke ontvangst, de openheid en bereidheid om kennis te verwerven maar vooral ook te delen is groot in deze academische wereld. Mijn indruk is dat wetenschap in Istanbul minder vanuit de welbekende ivoren torens beoefend word. Academici werkzaam aan een universiteit, maken deel uit van de maatschappij waarin zij leven. Vaak schrijven naast hun werk aan de universiteit columns, richten tentoonstellingen in en tonen politieke betrokkenheid.  

yenikapicharlie

Kratten met opgravingsmateriaal uit Yenikapı

Een stad waarin kennis en cultuur worden gezien als een groot goed. Dit laatste vertaalt zich in de oprichting van een groot aantal nieuwe studierichtingen waarin aandacht besteed wordt aan de materiële en immateriële cultuurgeschiedenis van Turkije en de wijze waarop men met erfgoed dient om te gaan. Zeker nu wij naast de bestaande studierichtingen op het gebied van cultuurgeschiedenis in de breedste zin van het woord, deze relatief nieuwe studierichtingen willen ontwikkelen, is uitwisseling van kennis en ervaring zeer nuttig en welkom. Graag willen wij wetenschappers uit het veld van Erfgoed- en Museum Studies vanuit Nederland in contact brengen met hun Turkse collega’s. Een resultaat hiervan zou bijvoorbeeld zijn wanneer studenten Erfgoed en Museum Studies voor een bepaalde periode aan een Turkse universiteit zou kunnen verblijven en viceversa. Bovendien zou gedacht kunnen worden aan uitwisseling van docenten en het organiseren van summerschools en symposia. Een eerste proeve hiervan was het inspirerende symposium Museums and Display: Stories in a Showcase, dat op 13 en 14 november jongstleden plaatsvond op het Nederlands Instituut.
 

Een stad die zich mede door de demografische opbouw van haar inwoners kenmerkt door jeugdigheid die de stad een constructief, ondernemend en energiek élan geeft. Overal gebeurt wat: er worden films vertoond, lezingen gehouden; je zou de dag kunnen vullen met het bezoeken van verschillende festivals of symposia ware het niet dat verplaatsing tijd kost. In de stad zijn de afstanden enorm en raken verkeersaders gauw verstopt. Een verticale programmering van de dag strekt daarom tot aanbeveling.

Een stad op twee continenten waar verschillende lagen en stromen door elkaar heen leven en of lopen. Waar men zich door de alsmaar groter groeiende stad op micro-niveau verenigt. Wijken in de stad hebben hun eigen signatuur. Zo bevindt het Nederlands Instituut zich in de wijk Pera een gebied dat zich kenmerkt door haar Europese architectuur van rond de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw. Het is allemaal herkenbaar en vertrouwd doch is de context een andere; geografisch gezien ligt zij op het uiterste randje van Europa met uitzicht op Azië.
 

Een stad die zich op mijn wandeling naar het Nederlands Instituut elke dag een beetje meer voor mij opent. Istanbul ontvouwt zich via doorkijkjes op de Galatatoren, de Bosporus en de Gouden Hoorn en houdt me bij de les wanneer ik ongemerkt in een eerdere historische laag dreig te stappen.

Een stad die uitnodigt tot panoramisch denken.

 
top - Barcin Höyük - Istanbul by day - Symposium - Pelgrimsoorden - Istanbul by night - Masterclasses -
Constantinopelcongres  

symposium museums and display: Stories in a showcase

Robert Verhoogt, over het NIT symposium op 13 en 14 november:

Na mijn bezoek aan het Rijksmuseum op Schiphol tref ik mijn Nederlandse collega's voor de museumconferentie in Istanbul. Aangekomen in Istanbul worden we hartelijk ontvangen door de medewerkers van het Nederlands Instituut. De conferentie Museums and Display: Stories in a Showcase beloofde een interessant programma met uiteenlopende sprekers uit Nederland en Turkije. Het begon met een bezoek aan het indrukwekkende archeologisch museum. In deze klassieke tempel voor de archeologie begon de bijeenkomst op de plek waar het allemaal om te doen was: het museum. De neoclassicistische gevel van het museum is direct herkenbaar, maar de inscriptie erop onleesbaar. Ook de collectie Grieks-Romeinse archeologie doet denken aan collecties in Parijs, Rome of London en geeft een wonderlijk vertrouwde indruk in een museum waar ik nooit was geweest. Bijzonder is ook de prachtige bibliotheek waar de tijd lijkt te hebben stil gestaan.

Het programma bood vervolgens een interessante verzameling van enthousiaste presentaties. Diverse actuele issues passeren de revue: van discussies over nationaliteit en musea, over etnologie versus kunst, over de concrete inrichting van een museumgebouw of het museum als een literair concept. Het leverde een stroom aan inspirerende vragen en discussies op tussen Turkse en Nederlandse aanwezigen. Het resultaat was een fascinerend gesprek over de overeenkomsten en verschillen tussen de Nederlandse en Turkse museumsector.

De conferentie eindigde zoals die was begonnen: in een museum. Istanbul-Modern bood een mooie ruimte met interessante eigentijdse kunst. Na afloop biedt het museumrestaurant een schitterend uitzicht over Istanbul als de schemering over de Bosporus valt. De volgende ochtend worden we, zoals iedere dag, vroeg in de ochtend door de imams opgeroepen voor het gebed. In plaats daarvan besluit ik tot een lange wandeling door de stad. Mijn doel is de Hagia Sophia en bovenal de stad zelf. Opgetogen nemen we afscheid van deze wereldstad, in de hoop snel weer eens terug te komen om het gesprek met onze Turkse collega's voort te kunnen zetten. We zijn over de Nederlands-Turkse culturele betrekkingen nog lang niet uitgepraat.

 

MULTI-RELIGIEUZE PELGRIMSOORDEN

Logan Sparks, promovendus bij de Universiteit van Tilburg, doet verslag van zijn verblijf in Istanbul:
Het Nederlands Instituut in Turkije heeft me met een verblijfsbeurs de mogelijkheid gegeven om in augustus van dit jaar onderzoek te doen in Istanbul. Mijn promotieonderzoek richt zich op bedevaartsplaatsen die door zowel Moslims als Christenen bezocht worden, en staat onder supervisie van Paul Post (Liturgische en Rituele Studies), Herman Beck (Islamstudies) and Wouter van Beek (Antropologie), allen van de Universiteit van Tilburg.

Het door elkaar lopen van christelijke en islamitische tradities heb ik uitvoerig geobserveerd te Meryem Ana (Moeder Maria’s huis in Ephesus). Hier is bijvoorbeeld een muur waaraan, volgens oude Turkse traditie, linten en doekjes bevestigd worden om gebeden te symboliseren. In Konya is het het graf van de 13de eeuwse islamitische mysticus Mevlana Jellaludin Rumi dat veel non-moslims trekt.

Foto’s (Logan Sparks): Turks vlaggetje op de wensmuur van Meryem Ana en een kaarsentafel bij de ingang van het heiligdom.

Vervolgens kwam ik naar Istanbul voor verdere documentatie van mijn veldwerk en literatuurstudie in de bibliotheken van NIT en nabij gelegen wetenschappelijke instituten. Dit zorgde voor een wezenlijke verbreding en verdieping van mijn kennis over de geschiedenis van plekken waar moslims and niet-moslims tegelijkertijd op pelgrimage gaan. Voorbeelden van moslim-christelijke sites zijn er al uit de tijd van de kruisvaarders. Belangrijke auteurs met wiens werk ik door mijn verblijf in Istanbul kennis heb kunnen maken zijn de osmaans-historica Soraya Faroqhi en historicus Yosef Meri. Door Faroqhi kreeg ik inzicht in de Osmaanse achtergronden van die van invloed zijn geweest op de relaties tussen Turkije’s religieuze en etnische gemeenschappen. Meri leidde me tot vroege Islamitische bronnen over pelgrimagetradities en verschafte een blik op hoe men bijna een millennium geleden het fenomeen van gedeelde pelgrimsoorden vanuit een Islamitisch perspectief bekeek.

Tenslotte gaf mijn verblijf in het instituut de mogelijkheid om mijn ideeën over de ‘etiquette’ van gedeelde pelgrimage meteen in de praktijk te toetsen in de naast het instituut gelegen RK St. Antoniuskerk. Hier bleek een groot verschil met de situatie in Ephesus; terwijl daar de rituele ruimte aan de bedevaartsgangers weinig mogelijkheden biedt voor persoonlijke liturgie, heerst in de St. Antoniuskerk een soort stille chaos. De christelijke ruimte wordt door de vele Turkse bezoekers gebruikt om, naar eigen inzicht, te vullen met islamitische gebaren, handelingen en gebeden. Terwijl Turkije verandert, veranderen ook deze rituelen en inter-religieuze tradities, en dat proces hoop ik te blijven volgen.

 
top - Barcin Höyük - Istanbul by day - Symposium - Pelgrimsoorden - Istanbul by night - Masterclasses -
Constantinopelcongres  

istanbul in de nacht: van büyükada tot taksim

Cindy Jansen, kunstenaar, fotograaf en regisseur, verbleef 3 weken op het NIT:

Met een schone lei zou ik naar Istanbul gaan. Niet om te werken over een film waarbij de relatie tussen een Turkse man en een Nederlandse vrouw centraal zou staan. Twee jaar geleden ontwikkelde ik een synopsis voor deze film ‘Rabbits Can’t Swim’, die zou tonen dat ‘interculturele’ liefdesrelaties niet alleen eindigen door culturele conflicten, maar evenzeer door persoonlijke. In eerste instantie was het mijn intentie om deze synopsis tijdens mijn verblijf aan het NIT uit te werken. In goed overleg met Fokke Gerritsen, directeur van het instituut, besloot ik echter aan nieuwe projecten te beginnen en me te laten inspireren door de stad Istanbul. Open voor nieuwe ingevingen en ontmoetingen ging ik Istanbul verkennen.

Na alle indrukken die de eerste dagen opdeed opdeed tijdens mijn bezoeken aan de Biënnale en een filmfestival bracht ik een bezoek aan het eiland Büyükada. Op het eiland trof mij de mystieke en verlaten sfeer die een bijna surrealistische beelden opleveren. Veel villa’s zijn verlaten en ook vervallen. De gemeente verplicht de eigenaar bij afbraak van een villa, er een exacte kopie voor in de plaats te zetten. Als gevolg van deze hoge kosten zijn veel villa’s al jaren verlaten en wordt er te weinig aan onderhoud gedaan. Mensen komen er alleen om de waakhond te eten te geven. Deze verlatenheid en vervallenheid wilde ik vastleggen in een nachtelijke fotoserie. Ik keerde die week terug naar het eiland om een fotoserie te maken vanaf zonsondergang, wannneer de straatverlichting aangaat.tot diep in de nacht, wannneer er licht brandt uit slechts enkele ramen van de grootdeels verlaten villa’s op het eiland.

 

Villa 150, Büyükada, Istanbul, 2009 (foto Cindy Jansen)

Een tweede idee ontstond in de uitgaansstraten van Taksim. Ik wilde foto’s gaan maken van uitgaansgelegenheden na sluitingstijd: verlaten maar nog niet opgeruimd en wellicht met één of twee personen als uitgeputte laatblijvers, hangend op bars, slapend op hun armen. Mijn foto-idee groeide in vijf dagen tijd uit tot een korte filmproductie waarin fragmenten werden opgevoerd van het toneelstuk ‘Crave’ van Sarah Kane. Sarah Kane was een Engelse toneelschrijfster die toneelstukken heeft geschreven rondom de thema’s liefde en vergiffenis, pijn, kwelling en dood. Kenmerkend voor haar stukken is de poëtische intensiteit. Sarah Kane leed aan depressie en pleegde op 26-jarige leeftijd zelfmoord. ‘Crave’ was haar voorlaatste toneelstuk met vier karakters aangeduid met een letter uit het alfabet. Het taalgebruik is lyrisch en intertekstueel, het stuk werkt niet volgens een plot.

Om dit idee uit te voeren ging ik op zoek naar acteurs. Ayşe Dilsiz - assistent op het NIT- hielp me uitzoeken waar ik theaterstudenten zou kunnen vinden. Nog geen week later voerden vier acteurs in de bar Peyote -na sluitingstijd- een eerste performance op die ik registreerde met een HD camera.
We stelden ons tot doel om de vier karakters onderdeel te laten zijn van een- en hetzelfde personage (Sarah Kane) en maakten gebruik van monologues intérieurs. De tweede performance ging door op hetzelfde thema, maar werd gespeeld in een andere bar, waar meer ruimtelijke, compositionele mogelijkheden waren en ons meer tijd werd gegeven.

For Sarah, Istanbul, 2009 (still Cindy Jansen)

De laatste week van mijn verblijf ben ik op zoek gegaan naar wegen om mijn werk in Istanbul onder de aandacht te brengen. Ik ging een aantal galleries af en kreeg meestal zeer positieve reacties. Naast de productionele mogelijkheden die Istanbul biedt, lijkt het er op dat de culturele scene van Istanbul open staat voor mijn werk, dat wordt gekenmerkt door een melanchonische maar esthetische sfeer. In 2010 wil BM Suma Contemporary Art Centre, mijn werk exposeren. De Milli Reasürans Art Gallery heeft laten weten dat het geïnteresseerd is in een tentoonstelling voor 2011.
 

top - Barcin Höyük - Istanbul by day - Symposium - Pelgrimsoorden - Istanbul by night - Masterclasses -
Constantinopelcongres  

NIT MASTERCLASSES ARCHEOBOTANIE

Fokke Gerritsen

Professor René Cappers van de Rijksuniversiteit Groningen heeft begin oktober aan het instituut een week lang een intensieve cursus verzorgd over archeobotanie. Twaalf geselecteerde Turkse MA en PhD studenten van verschillende universiteiten deden mee. De archeobotanie is het studieveld binnen de archeologie dat zich bezig houdt met de bestudering van voeding, landbouwpraktijken en het economische en medicinale gebruik van planten in de oudheid, op basis van vruchten en zaden die bij opgravingen worden gevonden.

Met een programma van werkcolleges en laboratoriumpraktica (dat laatste bij de biologen van de Universiteit van Istanbul) werden de deelnemers in staat gesteld hun kennis van het vak verder te verdiepen. In Turkije zijn de aanwezige expertise en opleidingssmogelijkheden beperkt. Toch was het niet alleen een kwestie van de ‘export’ van kennis; doel van de masterclasses was ook om de meest talentvolle studenten op te sporen die zich eventueel in Nederland verder kunnen specialiseren. In een volgende stap, waarschijnlijk in februari 2010, zullen enkele van de deelnemers voor een vervolgprogramma worden uitgenodigd.

yenikapi

René Cappers tijdens een lezing voor de
prehistorici van de Universiteit van Istanbul

De deelnemers van de cursus bezoeken de Yenikapı opgravingen.

CONSTANTINOPELCONGRES AMSTERDAM

Fokke Gerritsen

Op 31 oktober was een volle zaal in de Rode Hoed in Amsterdam een dag lang in Constantinopelse sferen. Daar organiseerden o.a. de Stichting Zenobia en het Nederlands Klassiek Verbond een congres over De Stad, haar geschiedenis en enkele van de vele belangwekkende cultuurhistorische ontwikkelingen die onlosmakelijk met de stad verbonden zijn. In een serie van negen lezingen door gerenommeerde wetenschappers kreeg het publiek niet alleen een rijk geschakeerd beeld van Constantinopel en de Byzantijnse tijd voorgeschilderd, maar ook een indruk van de variatie aan Nederlands onderzoek op dit terrein.

De ontstaansgeschiedenis van de stad, en met name de rol van de naamgevende keizer Constantijn hierbij, kwam uitvoerig aan bod. Zo ook de privélevens van de zesde eeuwse keizer Justinianus en zijn echtgenote Theodora, de periode van iconoclasme in de 8ste eeuw, theologische dialogen tussen Arabische moslims and Byzantijnse christenen, en de overlevering van Griekse teksttradities. Na deze literaire en kunsthistorische excursies werd de toehoorder tenslotte weer teruggebracht naar Constantinopelse bodem, en de haven waar de Byzantijnse schepen die de stad van onder andere graan voorzagen afmeerden. Niet minder dan 34 van de schepen die ter plekke vergingen zijn in de afgelopen jaren opgegraven door het archeologisch museum van Istanbul.

Voor NIT was dit een mooie gelegenheid om zijn activiteiten en faciliteiten onder de aandacht te brengen. Het congres liet duidelijk zien dat Byzantium-Constantinopel-Istanbul de grote interesse die het krijgt van wetenschappers en geïnteresseerde leken volkomen waard is.

Constantinopelcongres Amsterdam (foto Lisa Wiersma)

top - Barcin Höyük - Istanbul by day - Symposium - Pelgrimsoorden - Istanbul by night - Masterclasses -
Constantinopelcongres